Icon Arrow Icon Quote Icon Close Icon Enlarge Icon Calendar Icon Currency Icon Clock Icon Location Icon Shield Icon Chevron Icon Attachment Icon Download star icon-hat icon-tools

We moeten meer investeren in sociaal werk

9 mrt 2021

‘Sociaal werk is intensief werk, dus moeten we met elkaar regelen dat sociaal werkers ook goed voor zichzelf kunnen zorgen.’ Jantien Oving is bestuurder bij FNV Zorg & Welzijn waar zij in juli 2020 na een aantal jaren zorg overstapte naar welzijn. Daarnaast is zij sinds kort bestuurslid van FCB. Hoe kijkt zij naar sociaal werk, wat zijn haar drijfveren en hoe draagt ze bij aan sterker sociaal werk?

Jantien Oving FNV

Je bent enthousiast over sociaal werk. Waar komt die affiniteit vandaan?

‘Ik ben altijd breed geïnteresseerd geweest, vooral ook in creatieve vakken. Al jong ging ik naar de kunstacademie in Den Haag waar ik koos voor fotografie. Toen ik in Finland studeerde en werkte hadden mijn foto’s vaak betrekking op maatschappelijke vraagstukken als immigratie en integratie. Op enig moment besloot ik om in Amsterdam sociologie te gaan studeren. Dat geeft wel aan dat ik me betrokken voel bij sociale vraagstukken. Ook wil ik met anderen concreet iets betekenen voor de samenleving, bij FNV kan dat.’

Kun je je rol bij FNV beschrijven?

‘Voor de sector sociaal werk ben ik een van de bestuurders die zich inzet voor collectieve belangen van onze leden. Ik ben onder meer betrokken bij fusies, reorganisaties, geef advies aan ondernemingsraden en zit aan de cao-tafel dichtbij het Platform Arbeidsmarkt Sociaal Werk. Ik ben bij FNV ook “organizer” geweest. Je bouwt dan vakbondswerk op. Dat werk zit heel dicht op de werkvloer, vaak met acties. Je moet de vertaalslag maken tussen de mensen van de werkvloer en de bestuurders. Nu doe ik dat aan de cao-tafel, want ook daar moet je kunnen schakelen om samen met werkgevers tot een win-win te komen.’

Waar zijn win-win’s aan de cao-tafel sociaal werk te behalen?

‘We zijn bezig om in de cao opgenomen te krijgen dat sociaal werkers het recht hebben om onbereikbaar te zijn zodat ze gezond de eindstreep kunnen halen.'

Dat is een belangrijke drijfveer voor me; sociaal werkers zorgen voor cliënten en inwoners, maar moeten ook goed voor zichzelf kunnen zorgen.

'Goede arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden zijn daarvoor noodzakelijk. Daarnaast zetten we ons in voor functiebeschrijvingen die passen bij het werk dat iemand doet, zodat hij of zij daar ook naar betaald wordt.’

En op macro niveau?

‘Het is een uitdagende sector waar veel grote belangen spelen. Een actueel thema zijn de aanbestedingen. Daar valt voor werknemers en werkgevers nog veel te winnen. Hans van Ewijk noemt het: “georganiseerde discontinuïteit”. De ene sociaalwerkorganisatie moet plaats maken voor de andere, terwijl het werk doorgaat. Veel relaties en netwerken van sociaal werkers gaan daarbij verloren en moeten door nieuwe mensen opnieuw worden opgebouwd. Dat demotiveert en leidt ertoe dat ervaren sociaal werkers de sector verlaten. Tegelijkertijd krijgen starters vaak tijdelijke contracten. Het is intensief werk, dus op deze manier bouw je niet aan een solide toekomst van sociaal werkers en de samenleving.’

Hoe zorg je dat sociaal werk in de toekomst krachtig blijft?

‘Corona legt de waarde en het belang van sociaal werk voor nu en de toekomst bloot. Dat moet ook tot uiting komen in waardering voor sociaal werkers. Kijk naar de jeugdwerkers en hun bijdrage aan de-escalatie van rellen in Amsterdam. Ik heb veel bewondering voor het vak. Sociaal werkers zijn er als het moeilijk is dus moeten we als land meer investeren in sociaal werk!’

Handige links