Icon Arrow Icon Quote Icon Close Icon Enlarge Icon Calendar Icon Currency Icon Clock Icon Location Icon Shield Icon Chevron Icon Attachment Icon Download star icon-hat icon-tools

'Sociaal werk is een rijkdom voor onze samenleving’

De vakbond zit weer in de lift: in oktober kreeg FNV er ruim 5000 leden bij, ook uit sociaal werk. Daarnaast is FNV, met drie bestuurders en een beleidsadviseur, actief in de landelijke samenwerking van sociale partners aan de cao-tafel en het platform Arbeidsmarkt Sociaal Werk. Kirsten Smit is sinds 2021 een van die bestuurders. Een vakbondsvrouw in hart en nieren.

Kirsten Smit

Hoe ben je aan deze onderhandeltafel terechtgekomen?

“Op de middelbare school zat ik in de medezeggenschap. Ik wist toen al dat ik bij de vakbond wilde werken. Met als belangrijkste drijfveer: de overtuiging dat we met elkaar een goede samenleving kunnen maken. Ik geloof erin dat mensen zelf het heft in handen kunnen nemen. De vakbond maakt dat mogelijk. En dat doe ik intussen 23 jaar, in verschillende functies en rollen. De kneepjes van het vak heb ik geleerd bij de sector Bouw, midden in crisistijd. Daarna heb ik binnen FNV de sector Senioren mee opgezet. De vacature bij het sociaal domein kwam voor mij op het goede moment: net toen ik eraan toe was om me weer in te zetten voor een sector met medewerkers.”

Het sociaal domein is een heel andere wereld dan de bouw. Merk je dat in het overleg?

“Wat ik fascinerend vind aan deze sector is de wil tot samenwerking tussen vakbonden en werkgevers. Ze denken meer vanuit gemeenschappelijke belangen. Bij de bouw zijn die er ook, maar in de crisistijd stonden partijen toch meer tegenover elkaar. In het sociaal domein zie ik écht de wil om er samen uit te komen. Niet alleen aan de cao-tafel en in situaties waarover ik hoor vanuit Sociaal Werk werkt!, maar ook bij reorganisaties die ik tot nu toe meemaak. Ik begrijp best, dat als we straks in het cao-overleg over lonen gaan onderhandelen, de tegenstellingen misschien wat scherper zijn. Maar toch overheerst het gevoel dat we dit samen gaan klaren.”

Waar zie je die gedeelde belangen van werkgevers- en werknemersorganisaties?

“Bijvoorbeeld in professionalisering van de sector. Werkgevers zijn erbij gebaat dat medewerkers hun kennis en kunde bijhouden. Voor medewerkers zelf is dat net zo belangrijk. Want dat zorgt dat ze goed inzetbaar zijn en een sterke positie op de arbeidsmarkt hebben. Dat is onze insteek vanuit de vakbeweging.”

“Ook is het in ieders belang als het sociaal domein een aantrekkelijke sector is waar mensen graag willen werken. Dan gaat het bijvoorbeeld over het verlagen van de werkdruk of zorgen voor een veilige werkomgeving – zoals onder andere bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Maar ook hoe werk aan welzijnsorganisaties wordt gegund. Bij aanbestedingen lopen we namelijk tegen allerlei problemen aan. Bijvoorbeeld dat organisaties, ondanks de afspraken, de medewerkers van hun voorganger niet overnemen. Dat vinden wij als vakbond onverteerbaar. Tegelijkertijd balen ook werkgevers van die aanbestedingscarrousel. Die kost hun veel tijd en geld. Helemaal als opgebouwde kennis en ervaring verdwijnt, omdat sociaal werkers het vak verlaten.”

Zijn dat dan ook de onderwerpen die op de agenda staan?

“Zeker. Professionalisering, werkdruk, een veilige werkplek en de samenwerking met gemeenten zijn uitdagingen waar we veel energie insteken. We willen ook de impact van sociaal werk meer onder de aandacht brengen, en hoe sociaal werk daarmee de druk op de reguliere zorg kan helpen verkleinen. En we zijn samen met werkgevers het functieboek aan het actualiseren. De update maakt voor iedereen weer helder: wie doet wat? Dat is ook belangrijk in alle gesprekken tussen medewerkers en leidinggevenden, bijvoorbeeld over professionele ontwikkeling.”

Hoe kijk je na een jaar in sociaal werk tegen de sector aan?

“Wat ik heel mooi aan sociaal werk vind, is hoe breed en divers het vak is. En dat de mensen die dit werk doen, enorm bevlogen zijn. Het is een rijkdom voor onze samenleving. Ik maak nu ook van dichtbij mee wat sociaal werk oplevert. Zo sprak ik pas een dame bij een organisatie die mensen opzoekt die overal buiten de boot vallen. Ze probeert hen weer bij de samenleving te betrekken. Zij vertelde hoe ze met iemand, die zichzelf totaal geïsoleerd had, toch contact had kunnen maken door haar hond als ‘ijsbreker’ mee te nemen. En dat diegene inmiddels weer een dak boven zijn hoofd heeft en zelfs langzaam aan werken begint te denken.”

“Een ander voorbeeld: afgelopen voorjaar was ik vrijwilliger bij een stembureau in een jeugdhonk. De jeugdwerker had een van de jongeren gevraagd om ook mee te helpen. Die jongen straalde eerst vooral uit: wat doe ik hier? Maar naarmate de dag vorderde, werd hij zo enthousiast dat hij zelfs zijn stembiljet ging ophalen om toch ook te stemmen. Met dit werk kun je echt het verschil in de samenleving maken. Dat sterkt mij weer. Ik weet waar ik het voor doe.”