Icon Arrow Icon Quote Icon Close Icon Enlarge Icon Calendar Icon Currency Icon Clock Icon Location Icon Shield Icon Chevron Icon Attachment Icon Download star icon-hat icon-tools
Praktijkvoorbeeld Behoud

Waarom vertrok Jochem uit sociaal werk?

Als rebellerende puber scheerde Jochem Zwerus met zijn vriendenclub zelf langs het randje van de afgrond. Maar in plaats van erin te vallen, maakte hij er zijn werk van om kwetsbare jongeren te begeleiden. Als een van de weinigen wist hij door te dringen tot een uiterst gesloten doelgroep – én successen te boeken. “Ik was echt een trotse jeugdwerker.” Maar gaandeweg bouwde hij ook weerstand op. “Ik had graag meer lef en visie gezien.”

Jochem Zwerus

Tijdens zijn opleiding deed hij al ervaring op met jongerenwerk op het platteland, waar vooral rechts-extremisme en drugsgebruik voor problemen zorgden, én met stadsproblematiek. “Het kon me niet complex, heftig en dynamisch genoeg zijn. Als er bijvoorbeeld een jongere met een omgebouwd alarmpistool liep te zwaaien, deinsde ik niet terug. Dan ging ik met zo’n jongen naar z’n ouders onder het mom van: let een beetje op, of wil je dat hij door het arrestatieteam uit zijn bed gelicht wordt? Mijn onverschrokken aanpak dwong respect af.” De keerzijde was dat hij af en toe een doodsbedreiging naar zijn hoofd kreeg of een paar krassen op zijn auto vond. “Maar ik hield mezelf voor: dit is een ontzettend kwetsbare groep, die weet niet beter. Haast niemand heeft nog contact met deze knapen en ik wel enigszins. Dat was mij heilig.”

Angst voor regeltjes

Het was dan ook niet de doelgroep waar Jochem uiteindelijk op leegliep. “Mijn energielek zat bij managers en organisaties die vaak vanuit angst of onwetendheid besluiten namen, waardoor ik mijn werk niet fatsoenlijk kon doen. Het jongerencentrum mocht op maandagavond bijvoorbeeld niet dicht, zodat er uren vrij kwamen om op andere avonden langer open te gaan, omdat daar meer behoefte aan was. Want zo was dat niet met de gemeente afgesproken. Of een paar honderd euro voor een paar zaalvoetballen kon er niet af, maar we mochten er wel twintig keer over vergaderen. Daar had je bijna gouden voetballen van kunnen kopen. Er heerste een enorm ontzag voor regeltjes. Daar werd ik heel moe van. Ik ben meer van de inhoud, wil werken vanuit visie.”

Ik raakte ook op een punt dat ik dacht: ik ben steengoed in mijn werk, maar ik wil doorgroeien. Ik wil iets doen met mijn talent.

Nieuwe functies voor oude knarren

Die visie wilde Jochem graag mee ontwikkelen. “Ik raakte ook op een punt dat ik dacht: ik ben steengoed in mijn werk, maar ik wil doorgroeien. Ik wil iets doen met dit talent. Dus ik heb een paar keer aangegeven: wat is hier nog meer voor mij te doen? Ga je mij senior maken? Mag ik mensen gaan trainen? Krijg ik jongeren erbij die ik met mijn collega dit prachtige vak mag leren?” Meestal kreeg hij dan te horen dat er binnenkort iets vrij zou komen, maar dat gebeurde niet. Totdat er een nieuwe functie geïntroduceerd werd, de netwerker, die deels uitvoerend bezig zou zijn maar ook met stakeholders zoals het Veiligheidshuis, politie en gemeenten om de tafel ging. Jochem solliciteerde. “Wat mij stoorde was dat er niet één twintiger of dertiger werd geselecteerd – naast mij had nog een aantal frisse jonge meiden en kerels gereageerd. Ik was daar zo teleurgesteld over: je vraagt een dynamische werker, iemand die continu kan schakelen tussen wijk en politiek. En je bent een welzijnsorganisatie die zegt voor inclusie en diversiteit te gaan, en je durft het gewoon niet aan.”

Laatste zetje

Het laatste zetje kwam voor Jochem een halfjaar later. “Ik hield jongeren steeds voor: als je iets wilt in je leven en je werkt er keihard aan, dan is er wel degelijk kans dat je dat bereikt. Daarbij gebruikte ik een studiereis plannen met jongeren als voorbeeld. Ik had eindelijk een clubje dat daarop inging. Die jongens waren voetbalfan en ik kende een fantastisch sociaal initiatief, een gratis voetbaltoernooi in Italië met als thema antiracisme en discriminatie met meer dan 500 deelnemende teams. Voor deze jongens een wereldervaring. Met allerlei leeraspecten: hoe maak je een plan van aanpak, hoe bel je een bedrijf voor busverhuur, hoe regel je een verzekering, tenten? En ik voelde de bui eigenlijk al hangen. Ik had het tussentijds telkens mooi teruggekoppeld en verantwoord, er was een ouderavond geweest waar álle ouders waren. Maar last minute werd er gezegd: je mag niet gaan. Niet namens de organisatie.”

Zwitserse grens

Hij kreeg te horen: ‘Je weet niet wat dat doet, zo’n busje met negen donkere jongens aan de grens in Zwitserland.’ Jochem: “Natúúrlijk zaten er risico’s aan die trip. Maar laten we eerlijk zijn, als je dat allemaal uit de weg gaat, ga je het verschil ook niet maken. En toen ik die opmerking hoorde, dacht ik: je hebt én geen vertrouwen in mij én jij laat je leiden door angst en sentiment, want je gaat compleet voorbij aan hoe het proces is verlopen.” Het was drie weken voor het toernooi en Jochem besloot toch te gaan, als vrijwilliger, en daarna een actieplan te maken voor zijn vertrek uit het sociaal werk. “Want dit was niet het niveau waarvoor ik mij leen.” En wat er bij de Zwitserse grens gebeurde? “Inderdaad: zo’n ontzettend chagrijnige marechaussee keek eens in die bus en vroeg waar wij naartoe gingen. Waarop één zo’n jongen mega-enthousiast riep: ‘Voetballen!’ ‘Oh’, zei die vrouw. ‘Rij lekker door, veel succes jongens!’ Dit is wat het dus doet. En het allermooiste is: een van die jongens volgt nu zélf een opleiding tot sociaal werker.”

Onderwijs opent deuren

Toeval of niet, nog voordat Jochem zijn vertrekplan goed en wel in werking had gesteld, kreeg hij een telefoontje van een onderwijsinstelling: of hij geïnteresseerd was om daar sociaal werkers op te leiden. Hij waagde de sprong en kwam in een omgeving terecht waar er opeens wél van alles kon. “Zo kreeg ik als zij-instromer een fors studiebudget. En er is geld om materiaal te ontwikkelen en studiereizen te organiseren. Ik merk ook dat deuren sneller opengaan voor onderwijs. Als ik een museum mailde namens jongerenwerk, was het altijd moeilijk, moeilijk, moeilijk. Als ik nu aankondig dat ik met twintig studenten kom, dan is iedereen welkom. En wil je nog een conferentiezaaltje, koffie en een praatje van de directeur? Dat zegt veel: ook in de waardering voor sociaal werk valt nog veel te winnen. Zelf blijf ik het een prachtig vak vinden. Als ze me nu zouden bellen en zeiden: we zoeken iemand die feeling heeft met de praktijk om onze visie op jongerenwerk door te ontwikkelen en een nieuwe club collega's te trainen, dan zijn we er denk ik snel uit.”

Behoud van personeel voor sociaal werk

Vanuit het aandachtsgebied ‘behoud van personeel’ heeft Sociaal Werk werkt! zich verdiept in de redenen waarom sociaal werkers het vak verlaten. Heeft dit te maken met de inhoud van het vak? Met het perspectief? Met de organisatie of de context waarin ze werken? Sociaal Werk werkt! zet daarom kwalitatief onderzoek uit onder ex-sociaal werkers, om hun verhaal te horen.

Handige links

Praktijkvoorbeelden

Chris Boeijinga

adviseur

Meer weten? Neem contact met ons op!

Chris Boeijinga

Meer weten? Neem contact met ons op!