Icon Arrow Icon Quote Icon Close Icon Enlarge Icon Calendar Icon Currency Icon Clock Icon Location Icon Shield Icon Chevron Icon Attachment Icon Download star icon-hat icon-tools

Marjolein Laponder: ‘Bij een bureaucratische visie op welzijn staan burgers met 2-0 achter’

“Cruciaal voor goede hulp is het inlevingsvermogen van alle professionals, of het nu sociaal werkers of beleidsmakers zijn.” Aan het woord is Marjolein Laponder. Zij is sociaal werker bij Incluzio in Leiderdorp, masterstudent gezondheidspsychologie én genomineerde van de Verkiezing Sociaal Werker 2021.

Marjolein Laponder

Als bruggenbouwer speelt zij in haar dagelijks werk een belangrijke rol in het leven van mensen die verwikkeld raken in moeilijke zorgvragen vanuit bijvoorbeeld de Wmo. Deze wondere wereld van wetten en regels is een uitdaging voor mensen die er een beroep op doen. En voor de sociaal professionals die daarbij ondersteuning bieden. 

Je geeft mensen advies over de praktische ondersteuningsmogelijkheden van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van de gemeente. Daarnaast begeleid je hen ook bij het traject van het aanvragen van voorzieningen. Wie komen er eigenlijk in aanmerking voor hulp vanuit dit wettelijke kader?

“Iedereen in Nederland kan zich melden met de vraag voor ondersteuning. Maar het uitgangspunt is dat je goed moet onderzoeken of het noodzakelijk is. Het is zaak dat iedereen – voordat hij of zij bij het Wmo-loket van de gemeente aanklopt – heeft nagedacht over wat hij of zij zelf nog kan. Dat hoeven mensen niet alleen te doen. Ik of een van mijn collega’s kan daarbij ondersteunen. Wat kunnen mensen zelf nog? Waar kan hun eigen netwerk hulp bieden? Zijn er situaties waarin mijn collega’s van het welzijnswerk een rol kunnen spelen? Het is steeds samen uitpluizen wat de best passende oplossing is.”

“Mijn vertrekpunt daarbij is het zoeken naar eenvoudige oplossingen, waardoor mensen soms zelfs zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Mensen in een kwetsbare situatie ervaren vaak stress waardoor ze meer voor de hand liggende alternatieven niet altijd zien. Stel dat je niet zelf kunt schoonmaken, heb je dan altijd hulp nodig via de Wmo? Misschien kunnen andere gezinsleden bijspringen? Of iemand uit het eigen netwerk? Of is het werk zelf te doen, als het niet in één keer klaar hoeft te zijn. Het komt voor dat een simpele oplossing in huis ervoor zorgt dat mensen zelfstandig kunnen blijven leven. Als je alles hebt onderzocht en er zijn geen mogelijkheden dichtbij huis dan kom je uit bij de Wmo. Of voor medische voorzieningen bij de zorgverzekeraar.”

Niet voor elke situatie is een eenvoudige oplossing. Wanneer moet de Wmo of zorgverzekeraar als vangnet dienen?

“Bij meer complexe en langdurige situaties. Denk aan de meneer die actief en gezond is, maar door een halfzijdige verlamming aan huis gekluisterd is. Als je alleen al ziet wat een professionele disciplines er dan om iemand heen staan. De arts, de fysiotherapeut, de ergotherapeut, de medisch maatschappelijk werker en de psycholoog. Het eerste half jaar wordt meestal alles vanuit de zorgverzekeringswet geregeld, de verplichte basisverzekering voor iedereen die in Nederland woont of werkt. Maar na een half jaar gaat dit over naar de Wmo bij de gemeente. De overstap van het ene systeem naar het andere loopt niet altijd eenvoudig, omdat mensen na een half jaar nog in een proces van verwerking en rouw zitten.”

"In dit geval zit een sportief, ondernemend en zelfstandig persoon plotseling hele dagen in huis. Hij heeft zorg nodig. Is hij verslagen door zijn eigen lichaam, waardoor andere mensen ook verantwoordelijk worden voor het functioneren ervan. Daarnaast is zijn vrouw mantelzorger geworden. Een ongekend stressvolle situatie. Mijn kracht als sociaal werker is dat ik meedenk over passende voorzieningen waarmee we meneer duurzaam helpen bij het weer opbouwen van een zelfstandig bestaan. In Leiderdorp ligt de toegang tot ondersteuning vanuit de gemeente bij ons als sociaal team. Sociaal werkers hebben namelijk de brede blik die nodig is in dit soort situaties. Wij achterhalen ook wat de cliënt – naast de Wmo – nog meer helpt om een zo normaal mogelijk bestaan te leiden en zelfredzaam te blijven.”

Wat is jouw kracht als sociaal werker in dit soort situaties?

“Ik breng rust in. Dat is een voorwaarde om het gesprek goed aan te gaan op zoek naar mogelijkheden. Ik kijk niet alleen naar de medische kant, maar heb ook oog voor de menselijke kant. Hoe gaat het met de mantelzorger? Wat hebben beiden nodig aan mentale begeleiding om de nieuwe situatie te accepteren? Op deze manier ga ik alle leefgebieden af. Als je alles bekijkt, kun je samen een plan maken voor de korte en langere termijn.”

“Daarnaast ben ik een bruggenbouwer. Ik heb een sterk netwerk opgebouwd, waardoor ik snel kan schakelen. Er zijn verschillende soorten professionals die ik kan bellen. Van fysio- of ergotherapeuten en collega’s van welzijnswerk tot de Wmo-consulent van de gemeente. Eigenlijk gaat het steeds over verbinding. Verbinding met de cliënt en zijn omgeving, met mijn eigen collega’s en andere betrokkenen. Dit klinkt allemaal heel makkelijk, maar het gaat vaak best moeizaam.”

Kun je uitleggen waar dat aan ligt?

“Dat moeizame heeft vooral te maken met wet- en regelgeving. Voor mijn onderzoek voor een reguliere aanvraag – bijvoorbeeld voor schoonmaakhulp – heb ik wettelijk zes weken de tijd. Maar soms gaan er al twee verloren door interne wachtlijsten. Er blijven slechts vier weken over voor mijn onderzoek en het indienen van de aanvraag. Bij een spoedaanvraag – bijvoorbeeld bij iemand die ernstig ziek is – heb je dus echt een probleem. Dan is het zaak om te kijken of je via de zorgverzekeringswet op medische gronden voorzieningen kunt regelen. Om een goed onderzoek te kunnen doen, moet je als sociaal werker zorgen dat je over alle mogelijke kennis beschikt van wet- en regelgeving én het zorglandschap. En dat die kennis up-to-date blijft. Zodat de mensen die je helpt zich kunnen richten op het er weer bovenop komen en het weer mee kunnen doen in de samenleving.”

“Soms ligt het moeizame ook bij cliënten, bijvoorbeeld omdat zij een bepaalde aandoening hebben. Ik hielp een jongeman met een licht verstandelijke beperking bij de aanschaf van een scootmobiel. Hij heeft al sinds jonge leeftijd ernstige reuma en andere medische klachten. Hij is voor alle hulp, van a tot z afhankelijk van zijn moeder. Omdat hij alleen nog in huis kan lopen, wilde hij graag een scootmobiel om weer zelfstandig naar buiten te kunnen en vrienden te ontmoeten. Dit kon geregeld worden vanuit de Wmo. Daarbij had hij de keuze uit een aantal scootmobielen die voldoende veilig zijn voor hem. Hij wilde echter een scootmobiel die niet in het Wmo-assortiment zat en waarvoor een persoonsgebonden budget niet toereikend was. Door zelf extra geld te steken in de aanschaf, zou hij in de schulden komen. Dat was geen optie en daardoor kwam de scootmobiel er niet. Zijn aandoening speelde een rol bij het maken van de keuze en daarop had ik beperkt invloed. Nu heeft hij dus nog geen bewegingsvrijheid. Dat raakt me echt. En zo zie je: ook als je iets volgens de regels kunt oplossen, lukt het nog niet altijd.”

Wat is volgens jou cruciaal om mensen die afhankelijk worden van voorzieningen goed te kunnen helpen?

“Inlevingsvermogen van alle betrokken professionals – of het nu sociaal werkers of beleidsmakers zijn. Daarnaast moeten sociaal werkers echt blijven werken aan kennis over alle regels en met een open blik naar mogelijkheden kijken. Zo hoeven mensen niet altijd afhankelijk te zijn van de Wmo. Die is bedoeld voor de kwetsbaren die zelf onvoldoende financiële middelen hebben. Mensen die wel het geld hebben, kunnen gebruikmaken van onze expertise en hun eigen draagkracht inzetten om zelf voorzieningen in te kopen. Je hebt als sociaal werker ook moed en lef nodig om buiten de gebaande paden te treden, om buiten de lijntjes te kleuren. Dat vraagt om creativiteit. Welke mogelijkheden zijn er? Wie in je eigen netwerk kan misschien net iets meer betekenen?”

“Daarnaast vraagt het systeem waarbinnen we werken ook veel doorzettingsvermogen van sociaal werkers. De voorzieningsaanvraag komt voort uit menselijk leed of problematiek. De regeltjes staan daar vaak haaks op, omdat er weinig ruimte is voor het mentale aspect van de aanvrager. Ik denk dat sociaal werkers daarom nog veel meer het gesprek aan moeten gaan met beleidsmakers. We moeten hen meenemen in de praktijk om meer begrip te krijgen voor mensen die gebruikmaken van de Wmo of andere regelingen. Bij een bureaucratische visie op welzijn staat burgers met 2-0 achter."

“Welzijn kun je niet altijd meten aan kritische prestatie-indicatoren. Je hebt een veel bredere blik nodig op de beste kwaliteit van leven van mensen. Dat dat uitgangspunt ook kostenbesparend is, is bekend. Maar niet altijd makkelijk hard te maken. Er is dus ook nog iets anders nodig. Ik stel voor dat we als sociaal werkers en beleidsmakers met elkaar meelopen. Beleidsmakers kunnen kennismaken met onze casuïstiek en wij kunnen meedenken over oplossingen om het beleid beter aan te laten sluiten bij de praktijk. Vervolgens moeten we samen doorpakken. Geen lange projecten met onderzoeken, maar snel spijkers met koppen slaan. Stap-voor-stap van hulp vanuit regels naar hulp vanuit nabijheid en verbinding.” 

Meer bekendheid voor sociaal werk

Sociaal Werk werkt! organiseert de verkiezing voor Sociaal Werker van het Jaar om het cruciale vak van sociaal werker meer bekendheid te geven en om de verbinding tussen sociaal werk, politiek, onderwijs en media aan te halen. Sociaal Werk werkt! zet zich als arbeidsmarktfonds van de werkgevers- en werknemersorganisaties FNV Zorg & Welzijn, CNV Zorg & Welzijn en Sociaal Werk Nederland in voor het vak, een aantrekkelijke sector en een gezonde arbeidsmarkt met goede arbeidsvoorwaarden. 

Mascha Boelaars

Adviseur

Meer weten? Neem contact met ons op!

Mascha

Meer weten? Neem contact met ons op!