Icon Arrow Icon Quote Icon Close Icon Enlarge Icon Calendar Icon Currency Icon Clock Icon Location Icon Shield Icon Chevron Icon Attachment Icon Download star icon-hat icon-tools

5.13 Generatieregeling

A.  De generatieregeling heeft tot doel om oudere medewerkers de mogelijkheid te bieden om minder te gaan werken. Enerzijds om deze werknemers tot het einde van hun loopbaan duurzaam aan de slag te houden en anderzijds om de werkgever de ruimte te geven om nieuwe (jongere) werknemers te laten instromen.

B. 

  1.  Het besluit om een generatieregeling in te stellen is aan de werkgever en is vrijwillig.

  2.  De werkgever die een generatieregeling aan wil bieden, stelt in overleg met de OR of PVT, indien in de organisatie een OR of PVT is ingesteld, een generatieregeling op met inachtneming van de in dit artikel genoemde kaders. Het is ook mogelijk om een generatieregeling overeen te komen met de vakbonden op lokaal niveau als onderdeel van een sociaal plan of als de organisatie een salarisregeling heeft zoals genoemd in artikel 6.1 A.

  3.  In een generatieregeling kunnen de volgende bepalingen worden opgenomen

  • of en welke ondergrens aan uren wordt ingesteld;
  • of deelname wordt beperkt tot bepaalde functies;
  • wat er gebeurt bij arbeidsongeschiktheid;
  • Hoe het aantal minder te werken uren administratief wordt verwerkt;
  • of en de voorwaarden waaronder deelname aan de regeling kan worden gewijzigd of beëindigd zonder dat
  • er sprake is van uitdiensttreding of het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

C. 

  1.  Voor een werknemer in dienst bij een werkgever die een generatieregeling heeft is deelname aan de generatieregeling vrijwillig. Deelname is mogelijk indien de werknemer voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • de werknemer bereikt binnen vijf jaar de AOW gerechtigde leeftijd;
  • de werknemer blijft minimaal de helft van de oorspronkelijke arbeidsduur werken;
  • de werknemer heeft in het jaar voorafgaand aan deelname aan de generatieregeling geen uitbreiding gehad van de arbeidsomvang;
  • de werknemer voldoet aan de bepalingen zoals opgenomen in de eigen generatieregeling en bedoeld in lid 4.

  2.  De werknemer moet, voordat de deelname aan de generatieregeling start, het opgebouwde en aangekochte verlof opnemen dat meer is dan het in de voorgaande 12 maanden opgebouwde en aangekochte verlof, tenzij werkgever en werknemer andere afspraken maken.

D.  De werknemer kan eenmalig aangeven hoeveel uur hij minder wil gaan werken. Het aantal uur dat de werknemer feitelijk blijft werken mag niet minder zijn dan de helft van de oorspronkelijke arbeidsduur.

Het minder te werken aantal uren kan op de volgende drie [1] manieren worden verwerkt:

  1.  de werknemer wordt vrijgesteld van arbeid voor het aantal uren dat de werknemer minder gaat werken;

  2.  de arbeidsduur in de arbeidsovereenkomst wordt aangepast naar het aantal uur dat de werknemer blijft werken;

  3.  een combinatie van vrijstelling van arbeid en aanpassing arbeidsduur.

E. 

  1.  Op basis van het nieuwe aantal te werken uren wordt het nieuwe salaris vastgesteld. Het verschil tussen het oorspronkelijke en het nieuwe salaris komt voor de helft voor rekening van de werkgever (werkgeversdeel). Het werkgeversdeel is salaris (bij vrijstelling van arbeid) of een vergoeding ter hoogte van het salaris (bij aanpassing arbeidsduur). Het nieuwe salaris en het werkgeversdeel vormen samen het doorbetaalde salaris.

  2.  Na vermindering van het aantal te werken uren komt het verschil tussen het oorspronkelijke en het doorbetaalde salaris voor rekening van de werknemer (het werknemersdeel). De werknemer maakt zelf de keuze of hij dit deel al dan niet wil aanvullen met vitaliteitsuren en/of IKB en/of Loopbaanbudget en/of pensioen. De werkgever ondersteunt de werknemer met informatie over de mogelijkheden hiertoe en de effecten hiervan.

F. 

  1.  Arbeidsvoorwaarden gebaseerd op het salaris worden berekend over het doorbetaalde salaris.

  2.  Arbeidsvoorwaarden in tijd worden berekend over het nieuwe aantal te werken uren en niet over de oorspronkelijke arbeidsduur, onverlet wettelijke bepalingen.

  3.  Als de werknemer besluit zijn pensioenopbouw tijdens de deelname aan de generatieregeling op vrijwillige basis geheel of gedeeltelijk voort te zetten, dan betaalt de werkgever het werkgeversdeel van de pensioenpremie over dit voortgezette deel.

G. 

  1.  Bij onvoorziene omstandigheden kan deelname aan de regeling aangepast dan wel beëindigd worden. Werkgever en werknemer treden hierover dan met elkaar in overleg.

  2.  Bij uitdiensttreding voor dat de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt en bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt deelname aan de regeling beëindigd.

H. 

  1.  Werkgever en werknemer kunnen gebruik maken van het door de cao-tafel Sociaal Werk ontwikkelde voorlichtingsmateriaal met daarin ook voorbeelden van regelingen en toelichtingen op juridische, fiscale, wettelijke, pensioen- en cao-kaders.

  2.  De werkgever die een generatieregeling toepast, wordt verzocht dit bij de cao-tafel Sociaal Werk te melden (caosociaalwerk@fcb.nl). De cao-tafel Sociaal Werk faciliteert, monitort en evalueert de invoering en de ervaringen.

  3.  Partijen volgen de uitwerking van het pensioenakkoord en zullen de afspraken die hieruit voortvloeien zo nodig verwerken in de cao.

[1] Naast vrijstelling van arbeid en/of aanpassing arbeidsduur kan onbetaald verlof ook een optie zijn, zowel tijdens als voorafgaand aan de deelname aan de generatieregeling.